• De Kracht van Kruiden

Heksen, sjamanen en Hippocrates

Kennis over voeding, kruiden en genezing is al zo oud als de mensheid zelf. Wij zijn dit alleen vergeten. Kijk naar dieren en je ziet dat zij instinctief weten wat ze wel en niet moeten eten en doen wanneer ze ziek zijn. Dit instinct is bij ons naar de achtergrond verdreven, maar kan opnieuw actief worden wanneer we hier weer meer voor open gaan staan. Onze medicinale wortels liggen al in de tijd van de neanderthaler. Zij leefden nog één met de natuur en luisterden waarschijnlijk wel naar hun instinct. Er is al duizenden jaren kennis opgedaan over kruiden en wij staan in deze tijd heel ver bij de natuur vandaan.

Sjamanistische genezers

Al in de paleolithische en neolithische tijd, de tijd voor de jagers en verzamelaars, waren er al sjamanen in verschillende culturen aanwezig. In sommige culturen is het sjamanisme geruisloos opgegaan en in anderen werden het genezers, priesters, tovenaars of waarzeggers. Een sjamaan is iemand die contact heeft met een ander bewustzijn en gebruik maakt van het ritme van de trommel en gezang. Hij (of zij) vraagt om leiding door contact te maken met een gids uit het dieren of plantenrijk. Op deze manier vraagt hij om wijsheid en leiding. Soms wordt er gebruik gemaakt van hallucinogene planten die de fysieke, mentale en emotionele heling van de patiënt helpt ondersteunen. Het sjamanisme is nog steeds in de belangstelling en dit neemt ook toe.

Hallucinogene planten

Het gebruik van Ayahuasca* is erg populair. Het is een hallucinogene plant die je in een ander bewustzijn brengt en heling kan brengen. Het gebruik van deze middelen moet altijd gebeuren onder toezicht van een authentieke sjamaan. Indiaanse sjamanen treden een ander bewustzijn binnen door geestverruimende middelen zoals paddo's, cannabis en de San Pedro cactus. Veel van deze planten zijn in grote dosis giftig. Verstand van zaken is ten alle tijden belangrijk bij het gebruik van deze middelen.


*Ayahuasca
Een ayahuasca-trip is een heftige ervaring en niet zonder risico’s. Ayahuasca wordt bereid door planten te laten inkoken. Het wordt geschonken als thee en je krijgt hallucinaties. Je wordt misselijk, duizelig en gaat transpireren. Andere bekende bijwerkingen zijn overgeven en diarree. Daarna beginnen de hallucinaties. De ervaring is voor iedereen anders, je bloeddruk en hartslag kan stijgen, de emoties en visioenen kunnen therapeutisch, maar ook erg angstig zijn. Het is niet zonder gevaren. Zeker bij zware psychische problemen. Je bent overgeleverd aan de kennis en kunde van degene die je begeleidt. Wanneer je een psychische aandoening hebt ben je extra gevoelig voor ayahuasca en kun je in een psychose belanden. Ook gaat het niet samen met sommige antidepressiva. Natuurlijk, zoals met alles, kun je er ook veel baat bij hebben. Gebruik altijd je gezonde verstand en ga alleen naar sjamanen met een gedegen opleiding.

Heksen en goden

In de geschiedenis is kennis uit de natuur op een gegeven moment weggezet als ketters en niet verklaarbaar. Het was aan de goden om te beslissen over leven en dood en niet aan ons om daarmee te bemoeien. Heksen eindigden dan ook vaak op de brandstapel, tot hier rond 1700 een einde aan kwam. De kennis die er nog was werd voortgezet in de kloosters en gelukkig schreef men deze informatie ook op, zodat er nog veel bewaard is gebleven.
Tot laat in de Middeleeuwen was het dus normaal om met een probleem of kwaal naar de lokale kruidenvrouw te gaan. Deze gaf je dan een zalfje, tinctuur of drankje. Door de opkomst van het Christendom en de wetenschap werden deze gebruiken langzaam verdrongen en voor heidens verklaard en uiteindelijk ook verboden. De kerk deed hekserij af als bijgeloof en heksen werden weggezet als duivels en verantwoordelijk gemaakt voor ziekte en dood. Tussen 1450 en 1750 werden tussen de 40.000 en 50.000 ‘heksen’ geëxecuteerd. Driemaal zoveel mensen werden wegens hekserij vervolgd en vaak gemarteld. Het merendeel van hen was vrouw. Rond de 18e eeuw kwam de nadruk te liggen op wetenschap. Alles wat niet wetenschappelijk te verklaren was, werd afgedaan als kwakzalverij.

Hippocrates: de vader van de geneeskunde

Hippocrates kan gezien worden als de Vader van de geneeskunde. Hij was al in de 5e eeuw voor Christus bezig met holistische geneeskunde. Zijn observaties leerde hem dat iemands vatbaarheid voor ziekte afhangt van de constitutie en erfelijke aanleg, de invloeden van omgevingsfactoren, zoals voeding, water, hygiëne, klimaat en samenleving.
Hij hield het ziekteverloop bij en observeerde de patiënt door middel van voelen, ruiken proeven en luisteren. Ook richtte hij zich op de hele persoon en niet op het onderdrukken van de symptomen, maar op het versterken van het zelfhelend vermogen van het lichaam. Door het inzetten van kruiden, frisse lucht, oefening, baden en dieet. Hippocrates maakte al gebruik van 400 verschillende kruiden.
Hij ontwikkelde de theorie van de vijf elementen. En deze liep gelijk met andere traditionele systemen in die tijd uit India en China. Hij geloofde dat alles herleid kon worden naar vijf basiselementen, ether, lucht, vuur, water en aarde. Ziekte kwam voort uit onbalans van de elementen waar de natuur uit was opgebouwd.

Westerse natuurgeneeskunde

Naast Hippocrates waren er natuurlijk nog meer namen die een grote rol gespeeld hebben bij de ontwikkeling van de westerse natuurgeneeskunde. Hieronder nog een aantal belangrijke namen:

  • Hippocrates (460-359 v. CHR.) zei al dat ziekten natuurlijke verstoringen van het lichaam zijn. Hij legde de nadruk op gezonde eet- en drinkgewoonten en is bekend van de uitspraak “laat voedsel uw medicijn zijn en medicijn uw voedsel”.
  • Dioscorides (1e eeuw na Chr.) was heel belangrijk in de romeinse kruidengeneeskunde en lijfarts van keizer Nero. Hij schreef de 'Materia Medica' dat 1500 jaar als basis werd gebruikt voor de kruidengeneeskunde.
  • Galenos was een Grieks-Romeinse arts. Hij gaf vorm aan de ideeën van Hippocrates. En combineerde zijn theorieën met die van de vier elementen; vuur, lucht, water en aarde.
  • Hildegard von Bingen (geboren in 1098). In een nonnenklooster heeft zij veel kennis over kruiden opgeschreven.
  • Ook Paracelsus (14e eeuw) heeft veel betekend. Hij was bekend met geneeskrachtige kruiden en mineralen en van zijn hand komt “de signatuurleer”. Een niet wetenschappelijke maar heel interessante manier van kijken naar planten en hun functie binnen de natuurgeneeskunde.
  • Doedens, een Leidse hoogleraar uit de 15e eeuwvertaalde een oud plantenboek en ontdekte veel nieuwe planten. In het Nederlands verscheen “Cruydeboeck” en deze uitgave bleef lange tijd een standaardwerk.
  • Samuel Hahnemann (17e eeuw) is de grondlegger van de Homeopathie, zijn motto was “het gelijke met het gelijkende genezen”. Op basis van kruidenextracten wekte hij de ziektesymptomen op om de natuurlijke afweerkrachten van het lichaam te activeren.

De geschiedenis van de kruidengeneeskunde heeft verschillende fases doorstaan. En nog steeds is er verandering. Natuurgeneeskunde en de reguliere geneeskunde komt naar mijn idee dichterbij elkaar te staan, zodat ze elkaar kunnen aanvullen. Het grote verschil tussen natuurgeneeskunde en onze huidige reguliere geneeskunde is dat binnen de natuurgeneeskunde elke cliënt betrokken wordt bij zijn eigen genezingsproces. En dat niet alleen, bewustwording van deze verantwoordelijkheid voor de eigen gezondheid staat centraal. Wanneer jouw energie wordt geactiveerd zal dit het genezingsproces versnellen.

Bronnen:
Phyllis Curott. Heksenkunsten. Een rituele gids voor een magisch leven. (2002)
Handboek kruidengeneeskunde, door Anne Mcintyre (2010)
Total health Academy, opleiding kruidengeneeskunde/Chinherbs

 

 

Copyright © Sandra Voetelink